-
81 had ik dat maar geweten
had ik dat maar gewetenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > had ik dat maar geweten
-
82 hebben
2 [getroffen zijn door] have, be3 [in genoemde omstandigheden verkeren] have, be4 [(gevoelens) koesteren] have ⇒ be5 [beschikken over] have (got)6 [krijgen] have8 [met betrekking tot iets dat gedaan kan/moet worden] have9 [aantreffen] be, have11 [verdragen] stand, take12 [+ aan] [nut ondervinden van] be of use (to)♦voorbeelden:1 heb jij een auto? • have you got a car?ze heeft een boetiekje/reclamebureau • she has a boutique/an advertising agencyiemands hele hebben en houden • all someone's belongingsiets moeten hebben • need somethingiets willen hebben • want somethinghet heeft er veel van dat … • it looks very much as if …iets bij zich hebben • be carrying something, have something with oneiets vrolijks over zich hebben • make a cheerful impression, have a certain cheervan wie heeft hij dat? • who/where has he got that from?veel van iemand/iets hebben • look very much/be very like someone/somethingik heb het niet van mezelf • I haven't thought/dreamt that up myselfwat heb je? • what's the matter/wrong with you?wat heb je toch? • what's come over you?iets aan de voet hebben • have something wrong with one's foot/foot trouble3 ik hoop dat je mooi weer hebt • I hope you'll have good weather/the weather will be finehet koud/warm hebben • be cold/hothoe heb ik het nu met je? • what's up with you?ik wist niet hoe ik het had • I didn't know what to make of ithoe heb je het gehad? • did you have a good time?, how did you get on?hebben jullie wel eens wat met elkaar? • is there anything between you?hij heeft iets tegen mij • he has grudge against mehij heeft er niets op tegen • he has no objectionshoe wilt u het hebben? • how would you like it? 〈 bijvoorbeeld bij bank, met betrekking tot geld〉ze heeft het helemaal • she's really got itik heb al veel plezier gehad van mijn nieuwe p.c. • my new pc has given me a lot of pleasureik heb het • I've got itvan wie heb je dat? • who told/gave you that?ik heb nooit Spaans gehad • I've never learned Spanishik moet nog een tientje van hem hebben • he still owes me ten guilders〈 beledigend〉 wat moet je (van me) hebben? • what do you want (from me)?ik moet er niets van hebben • I want nothing to do with itdat heb je ervan • that's what you getzo, dat hebben we ook weer gehad • well, that's that(het) met iemand te doen hebben • be/feel sorry for someonedagelijks met iemand te doen hebben • see someone every daydaar heb je het al • I told you soje hebt/men heeft ook groene • there are/you get green ones as wellwat zullen we nu hebben • hey, what's this?(kijk eens) wie we daar hebben • look who's here!zo wil ik het hebben • that's how I want itiets (gedaan) willen hebben • want (to see) something donedaar heb ik je • (I've) got you thereik heb hem zover • I've managed to persuade himeen klap van heb ik jou daar • a stunning blow/mighty thump11 hij kan veel/niet veel hebben • he can take a lot, he can't take much〈 ironisch〉 nou, daar heb ik veel aan! • oh, a (fat) lot of good that will do menu weten we tenminste wat we aan elkaar hebben • at least now we know where we standwat heb je aan een mooie auto als je niet kunt rijden? • what's the use of a beautiful car if you can't drive?¶ 〈 sport〉 die had je makkelijk kunnen hebben • that one should have been yours 〈met betrekking tot bal terugslaan/stoppen enz.〉ik moest je net hebben • you're just the person I want/have been looking formoet je net Freek hebben • you can imagine Freek's reaction!iedereen heeft het erover • everybody's talking about ithij had het niet meer • it was all just too much for himwel heb ik ooit! • well, I never!ik heb het niet op hem • I don't like/trust himik zal het er met hem over hebben • I'll talk to him about itik weet niet waar je het over hebt • I don't know what you're talking aboutdaar heb ik het straks nog over • I'll come (back) to that later on/in a momentnu we het daar toch over hebben • now that you mention it …daar wil ik het nu niet over hebben • I won't go into that nowik heb het tegen jou • I'm talking to youiemand als vriend hebben • be friends with someoneII 〈 hulpwerkwoord〉1 [ter aanduiding van de voltooide tijd bij werkwoord] have♦voorbeelden:1 gelachen dat we hebben • did we have a laugh!had ik dat maar geweten • if (only) I had known (that)had dat maar gezegd • if only you'd told me (that)ik heb met hem op school gezeten • I went to school with himhij had gezwommen • he had been swimming -
83 het aantal gewonden is nog onzeker
het aantal gewonden is nog onzekerVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het aantal gewonden is nog onzeker
-
84 het feit werd openbaar
het feit werd openbaarVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het feit werd openbaar
-
85 het is bekend dat …
het is bekend dat …it's well-known that …Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het is bekend dat …
-
86 het is nu met zekerheid bekend
het is nu met zekerheid bekendVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het is nu met zekerheid bekend
-
87 hij meldde zich als de schrijver van dat pamflet aan
hij meldde zich als de schrijver van dat pamflet aanVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij meldde zich als de schrijver van dat pamflet aan
-
88 hij staat bekend als een eerlijk man
hij staat bekend als een eerlijk manVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > hij staat bekend als een eerlijk man
-
89 ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is
-
90 iemand iets kenbaar maken
iemand iets kenbaar makenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand iets kenbaar maken
-
91 iets in ruimer kring bekendmaken
iets in ruimer kring bekendmakenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets in ruimer kring bekendmaken
-
92 iets kond maken
iets kond maken〈 ongemarkeerd〉 make something known, announce somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets kond maken
-
93 iets ruchtbaar maken
iets ruchtbaar makenmake something known/publicVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets ruchtbaar maken
-
94 ik had het kunnen weten
ik had het kunnen wetenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik had het kunnen weten
-
95 ik heb het altijd al geweten
ik heb het altijd al gewetenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik heb het altijd al geweten
-
96 ik ken haar al jaren
ik ken haar al jarenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik ken haar al jaren
-
97 ik ken hem van kindsbeen af
ik ken hem van kindsbeen afVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > ik ken hem van kindsbeen af
-
98 in de wandeling bekend als …
in de wandeling bekend als …popularly known as …Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > in de wandeling bekend als …
-
99 is daar al iets naders van bekend?
is daar al iets naders van bekend?is anything further known about it?Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > is daar al iets naders van bekend?
-
100 je zou beter moeten weten
je zou beter moeten wetenyou should know better (than that), you should have known betterVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > je zou beter moeten weten
См. также в других словарях:
known — [nōn] vt., vi. pp. of KNOW adj. 1. within one s knowledge, understanding, etc.; familiar 2. recognized, proven, etc. [a known expert, a known theory] n. a known person or thing … English World dictionary
Known — Known, p. p. of {Know}. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
known — [adj] famous, popular accepted, acknowledged, admitted, avowed, celebrated, certified, common, confessed, conscious, down pat*, established, familiar, hackneyed, manifest, noted, notorious, obvious, patent, plain, proverbial, published, received … New thesaurus
known — past participle of KNOW(Cf. ↑knowable). ► ADJECTIVE 1) recognized, familiar, or within the scope of knowledge. 2) publicly acknowledged to be: a known criminal. 3) Mathematics (of a quantity or variable) having a value that can be stated … English terms dictionary
known — index apparent (perceptible), cognizable, famous, illustrious, ordinary, outstanding (prominent) … Law dictionary
known — pp. of KNOW (Cf. know) … Etymology dictionary
known as — Going by the name of • • • Main Entry: ↑know … Useful english dictionary
known — adj. 1) known as (known as a patron of the arts) 2) known for (known for being witty) 3) known to (known to everyone) 4) (cannot stand alone) known to + inf. (he is known to frequent that bar; she is known to be a patron of the arts) 5) known… … Combinatory dictionary
known — known1 [nəun US noun] the past participle of ↑know 1 known 2 known2 W3 adj 1.) [only before noun] used about something that people know about or have discovered ▪ a study of all the known facts ▪ her last known address ▪ Apart from vaccines,… … Dictionary of contemporary English
known — known1 [ noun ] adjective only before noun ** 1. ) used for describing something that people know about or have discovered: a theory that fits the known facts The documents were delivered to his last known address. a disease with no known cure He … Usage of the words and phrases in modern English
known — [[t]no͟ʊn[/t]] 1) Known is the past participle of know. 2) ADJ: ADJ n, v link ADJ prep, v link adv ADJ You use known to describe someone or something that is clearly recognized by or familiar to all people or to a particular group of people.… … English dictionary